ECLI:NL:RBDHA:2023:21520
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete terecht opgelegd aan beheerder voor verhuur zonder huisvestingsvergunning
Eiseres, een vennootschap die als beheerder nauw betrokken is bij de verhuur van een woning, werd door het college van burgemeester en wethouders van een gemeente beboet wegens het in gebruik geven van een woning zonder huisvestingsvergunning. De woning is eigendom van een andere vennootschap, maar eiseres trad op als beheerder en was actief betrokken bij de verhuur.
De Haagse Pandbrigade constateerde bij inspectie dat de bewoners geen huisvestingsvergunning hadden en dat deze ook niet was aangevraagd. De huurovereenkomst vermeldde eiseres als beheerder en contactpersoon, en de huurders betaalden de huur aan eiseres. Verweerder rekende eiseres aan als overtreder op grond van haar betrokkenheid bij de verhuur.
Eiseres voerde aan dat zij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat de verhuur door de commanditaire vennootschap plaatsvond en zij slechts beheerder was. Ook stelde zij dat de boete onevenredig was vanwege vermeende coulance en de doorlooptijden van vergunningaanvragen. De rechtbank oordeelde dat de overtreding in de sfeer van eiseres had plaatsgevonden, dat zij als professionele partij zorgplicht had en dat de boete proportioneel was.
De rechtbank verwierp het beroep en handhaafde het bestreden besluit. Er was geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 20 december 2023.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de boete tegen eiseres wegens verhuur zonder huisvestingsvergunning.