ECLI:NL:RBDHA:2023:21523
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omzettingsvergunning voor onzelfstandig verhuren woonruimten in Scheveningen bevestigd
Eiser, eigenaar van een pand met acht kamers in de wijk Scheveningen te Den Haag, heeft een omzettingsvergunning aangevraagd voor het onzelfstandig verhuren van deze woonruimten. De aanvraag werd op 2 maart 2022 door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag afgewezen, waarna ook het bezwaar van eiser op 22 december 2022 werd verworpen.
De rechtbank heeft op 22 november 2023 het beroep behandeld en beoordeelt dat het beleid, neergelegd in de Nota Voorraadbeleid 2021, geen omzettingsvergunningen toestaat in wijken die tot het goedkope of middensegment behoren. Scheveningen valt volgens de WOZ-waarde in het middensegment, waardoor de aanvraag terecht is afgewezen.
Eiser voerde aan dat Scheveningen geen kwetsbaar gebied is en dat eerdere uitlatingen van de Haagse Pandbrigade zouden wijzen op geen vergunningplicht. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden niet afdoen aan het geldende beleid en de redelijke belangenafweging door verweerder.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn en griffier D.C. van Genderen op 8 december 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de omzettingsvergunning wordt ongegrond verklaard.