Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:21563

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 april 2023
Publicatiedatum
24 januari 2024
Zaaknummer
C/09/644090 / FA RK 23-1762
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 821 RvArt. 822 RvArt. 823 RvArt. 1:176 lid 1 BWArt. 1:179 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorzieningen na scheiding van tafel en bed

Partijen zijn gehuwd sinds 2005 en hebben drie minderjarige kinderen. In 2012 is tussen partijen de scheiding van tafel en bed uitgesproken, waarbij afspraken zijn gemaakt over zorgregeling en verdeling van het huwelijksvermogen. Na deze scheiding zijn partijen weer gaan samenwonen, maar zonder de scheiding te laten uitschrijven in het huwelijksgoederenregister.

De vrouw verzocht de rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen, waaronder het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, toewijzing van de zorg voor de kinderen, een zorgregeling en voorlopige kinderalimentatie. De rechtbank oordeelde dat de wettelijke grondslag voor het verzoek ontbrak omdat artikel 821 Rv Pro alleen voorziet in voorlopige voorzieningen bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed, niet bij ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed.

De rechtbank wees erop dat de eerdere beschikking uit 2012 bindende beslissingen bevatte over zorg en alimentatie, en dat het verzoek feitelijk neerkwam op wijziging van deze beslissingen zonder dat daarvoor een wettelijke basis bestaat in de vorm van voorlopige voorzieningen. Daarom werd het verzoek van de vrouw niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorzieningen na ontbinding huwelijk na scheiding van tafel en bed is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-1762
Zaaknummer: C/09/644090
Datum beschikking: 12 april 2023

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 8 maart 2023 ingekomen verzoek van:

[verzoekster] ,

de vrouw,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. ing. J. de Koning te Lisse.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[belanghebbende] ,

de man,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. F.J. Mascini te Haarlem.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift.
Op 29 maart 2023 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vrouw met haar advocaat;
- de man met zijn advocaat.
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2005 te [plaatsnaam 1] , [land] .
- Zij zijn samen de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2005 te [plaatsnaam 1] , [land] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2009 te [plaatsnaam 2] ;
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2015 te [plaatsnaam 2] .
- Bij beschikking van deze rechtbank van 21 februari 2012 is –voor zover hier van belang–
- tussen partijen de scheiding van tafel en bed uitgesproken;
- bepaald dat partijen gehouden zijn tot naleving van de door hen getroffen regeling met betrekking tot de zorgregeling die is opgenomen in het door hen ondertekende ouderschapsplan;
- aan partijen beveelt over te gaan tot verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap ten overstaan van een notaris.
- Op 10 april 2012 is de scheiding van tafel en bed ingeschreven in het huwelijksgoederenregister.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
- de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de kinderen van partijen wordt vastgesteld, in die zin dat de kinderen om het weekend van zaterdagochtend tot zondagavond bij de man zijn;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 100,- per maand per kind wordt vastgesteld;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover van belang – zal worden besproken.

Beoordeling

Ontvankelijkheid
Uit het verzoekschrift van de vrouw en hetgeen op de zitting is besproken blijkt dat partijen na de scheiding van tafel en bed in 2012 weer zijn gaan samenwonen. Partijen hebben de scheiding van tafel en bed niet laten uitschrijven in het huwelijksgoederenregister. Er is daarom niet sprake van een verzoening in de zin van artikel 1:176 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). In Nederland kan na een scheiding van tafel en bed tot een beëindiging van het huwelijk worden gekomen door indiening van een verzoek tot ontbinding van het huwelijk op grond van artikel 1:179 BW Pro.
Op grond van artikel 821 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kunnen de in artikel 822 en Pro 823 Rv genoemde voorlopige voorzieningen door een ieder der echtgenoten worden gevraagd in zaken van echtscheiding of scheiding van tafel en bed. De wetgever heeft dus de mogelijkheid tot het verzoeken van voorlopige voorzieningen beperkt tot zaken van echtscheiding of scheiding van tafel en bed. De ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed, valt daarbuiten, zodat artikel 821 Rv Pro in dit geval geen wettelijke grondslag biedt voor de verzoeken van de vrouw.
Vanuit het stelsel van de wet is dit ook te verklaren, aangezien voorafgaande aan de ontbindingsprocedure er bij gelegenheid van de scheiding van tafel en bed de mogelijkheid bestaat om voorlopige voorzieningen te treffen en vervolgens bij en na het uitspreken van de scheiding van tafel en bed beslissingen te nemen over de alimentatie en de zorg voor de kinderen. In de situatie van partijen heeft de rechtbank bij de beschikking van 21 februari 2012 beslissingen genomen over onder andere de zorgregeling en die zijn vervolgens in kracht van gewijsde gegaan. De vrouw verzoekt in feite de hiervoor aangehaalde beslissingen te wijzigen. Dat is geen grondslag voor het treffen van de ordemaatregel van voorlopige voorzieningen als bedoeld in de artikelen 821 en 822 Rv, zoals ook op de zitting is besproken.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Vink, rechter, bijgestaan door mr. V.K.M. Hanssen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2023.