Uitspraak
Scheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 3 mei 2022 ingekomen verzoek van:
[verzoeker] ,
[belanghebbende] ,
Procedure
Feiten
Verzoek en verweer
Beoordeling
Beslissing
nevenvoorzieningenaan tot een nader te plannen zitting.
Rechtbank Den Haag
Partijen zijn in 1995 gehuwd in gemeenschap van goederen. De man verzocht de echtscheiding met nevenvoorzieningen, waaronder verkoop van de echtelijke woning, verdeling van aandelen en inboedel, en betaling van partneralimentatie. De vrouw verzocht eveneens om echtscheiding met een andere verdeling van het huwelijksvermogen en zelfstandige verzoeken.
De rechtbank heeft de stukken bestudeerd en partijen gehoord tijdens de zitting van 16 mei 2023. Beide partijen erkennen dat het huwelijk duurzaam is ontwricht, waardoor de echtscheiding wordt uitgesproken. De grootste geschillen betreffen de verdeling van het huwelijksvermogen, met name de gevolgen van risicovolle beleggingen en gokactiviteiten van de man, die hebben geleid tot een hoge rekening-courantschuld.
De rechtbank heeft vastgesteld dat Nederlands recht van toepassing is op zowel het echtscheidingsverzoek als de verdeling van het huwelijksvermogen. Tijdens de zitting gaven advocaten aan dat partijen opnieuw met elkaar in overleg willen treden zodra meer duidelijkheid is verkregen over de financiële situatie en waardering van de onderneming.
Na een schorsing gaf de rechtbank een voorlopig oordeel en besloot de verdere behandeling van de nevenvoorzieningen aan te houden, zodat partijen de mogelijkheid krijgen om samen tot een regeling te komen. De rechtbank benadrukte dat de peildatum voor de waardering van de onderneming de datum van feitelijke verdeling is, tenzij partijen anders overeenkomen.
De echtscheiding is uitgesproken op 9 juni 2023, terwijl de verdeling van het huwelijksvermogen en andere nevenvoorzieningen worden aangehouden voor een nader te plannen zitting.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en houdt de verdere behandeling van nevenvoorzieningen aan voor nader overleg.