ECLI:NL:RBDHA:2023:21631
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding geregistreerd partnerschap met zorgregeling en alimentatie vaststelling
De man en vrouw zijn in 2018 een geregistreerd partnerschap aangegaan en hebben samen een minderjarig kind. Na duurzame ontwrichting van het partnerschap verzochten zij gezamenlijk om ontbinding met nevenvoorzieningen. De rechtbank constateerde dat aan de wettelijke formaliteiten was voldaan en dat het ouderschapsplan ontbrak, maar dat dit kon worden vervangen door andere stukken.
De rechtbank bepaalde de hoofdverblijfplaats van het minderjarige kind bij de man, met een voorlopige zorgregeling waarbij het kind twee dagen per week bij de vrouw verblijft zonder overnachting. Partijen worden verplicht om samen met het JGT of Cardea elke drie maanden de zorgregeling te evalueren en waar mogelijk uit te breiden, met het oog op een toekomstige co-ouderschapsregeling.
De vrouw zal kinderalimentatie van €150 per maand aan de man betalen. Partneralimentatieverzoek werd ingetrokken. Verder is de afwikkeling van het partnerschapsvermogen geregeld: de man betaalt €27.250 aan de vrouw, vermeerderd met rente tot 1 januari 2023. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de ontbinding zelf.
Uitkomst: Het geregistreerd partnerschap is ontbonden met vaststelling van hoofdverblijfplaats bij de man, voorlopige zorgregeling, kinderalimentatie en afwikkeling van het partnerschapsvermogen.