ECLI:NL:RBDHA:2023:21713
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken urgent huisvestingsprobleem
Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een urgentieverklaring vanwege haar woonsituatie met haar ex-partner en kind, die volgens haar schadelijk is voor hun mentale gezondheid. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat er geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem en eiseres onvoldoende inspanningen heeft verricht om het probleem te voorkomen of op te lossen.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en vastgesteld dat de ex-partner inmiddels is verhuisd maar de woning nog in bezit heeft, waardoor eiseres financieel niet in staat is de woning te bekostigen. Ook is het voor haar onmogelijk om een woning in de vrije sector te huren of bij familie te verblijven.
De rechtbank benadrukt dat verweerder beleidsvrijheid heeft bij het toekennen van urgentieverklaringen en dat het restrictieve beleid niet onredelijk is gezien het woningtekort. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing terecht is omdat de situatie van eiseres niet uitzonderlijk of schrijnend genoeg is en zij niet heeft gereageerd op passend woningaanbod in de regio Haaglanden.
De hardheidsclausule is slechts voorbehouden aan zeer uitzonderlijke gevallen en wordt hier niet toegepast. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er is geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring is ongegrond verklaard.