Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[DYF] B.V.,
[DYO] B.V.,
3.
[DYT] B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
European Union Intellectual Property Office [1] (hierna EUIPO). Daardoor is zij thans houdster van onder meer de volgende merkregistraties:
3.Het geschil
recall) en deze producten in Nederland op één centrale plek op te slaan, een en ander onder toezicht van een gerechtsdeurwaarder, op kosten van [DY] ;
4.De beoordeling
cash en carrygroothandels enerzijds, en Bidfood – een volledig online groothandel – anderzijds. Daarnaast heeft zij erop gewezen dat klanten van (horeca)groothandels gewend zijn grote en vaak dezelfde bestellingen te doen en zeer loyaal zijn aan hun groothandel. Die omstandigheden zijn naar het oordeel van de rechtbank echter van onvoldoende gewicht om het verwarringsgevaar non-existent te achten. Het begrip verwarringsgevaar omvat immers ook indirect verwarringsgevaar. Gevaar bestaat dat de consument de producten met het Akaya-teken, door de gelijkenis met de producten voorzien van de in zekere zin overeenstemmende Uniemerken, zal associëren met de Uniemerken en dus met Bidfood en/of zal kunnen denken dat [DY] (of één van de andere verkooppunten) economisch verbonden is met Bidfood (als houder van de Uniemerken), althans dat er van een commerciële band en/of enige vorm van samenwerking met Bidfood sprake is.
recalleen gelijke termijn van negen maanden verbinden.
recallen gegeven de (grote) reputatieschade die [DY] door een dergelijk bericht zal kunnen lijden, onvoldoende belang.
5.De beslissing
recall) en deze producten in Nederland op één centrale plek op te slaan, een en ander onder toezicht van een gerechtsdeurwaarder, op kosten van [DY] ;