ECLI:NL:RBDHA:2023:21761
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs vluchtelingenstatus en reëel risico
Eiser, afkomstig uit Katanga, Democratische Republiek Congo (DRC), verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zijn eerdere aanvraag werd afgewezen, maar de rechtbank verklaarde het beroep daarop gegrond vanwege onvoldoende motivering over zijn vluchtelingenstatus in Zuid-Afrika. Bij het bestreden besluit wees de Staatssecretaris de aanvraag opnieuw af omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij een vluchtelingenstatus in Zuid-Afrika had en geen reëel risico liep op ernstige schade bij terugkeer naar de DRC.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen documenten heeft overgelegd die zijn vluchtelingenstatus in Zuid-Afrika onderbouwen en onvoldoende inspanningen heeft getoond om deze te verkrijgen. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege zijn etniciteit en afkomst een reëel risico loopt op ernstige schade in de DRC, mede gezien de regimewisselingen sinds de gebeurtenissen in 1996.
Eiser voerde aan dat het asielrelaas integraal geloofwaardig was en dat hij recht heeft op behoud van zijn vluchtelingenstatus, maar de rechtbank volgt dit niet. De rechtbank bevestigt dat de Staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat het beroep ongegrond is en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs van vluchtelingenstatus en reëel risico.