De rechtbank Den Haag behandelde de zaak van een verdachte die werd beschuldigd van meerdere strafbare feiten in verband met een dollemansrit op 1 en 2 februari 2017. De ten laste gelegde feiten betroffen onder meer het rijden zonder gevolg te geven aan verkeerslichten, gevaarlijk rijgedrag, het veroorzaken van botsingen met politievoertuigen, bedreiging van een politieambtenaar, vernieling van politieauto's en rijden zonder geldig rijbewijs.
Tijdens het onderzoek stond centraal wie de Volkswagen Golf bestuurde tijdens de achtervolging en de botsingen: de verdachte of een medeverdachte. De enige directe waarneming van het bestuurderschap kwam van een verbalisant die op zeer korte afstand (30 cm) de bestuurder kon zien tijdens een botsing. Deze waarneming kwam overeen met het signalement van de medeverdachte, niet de verdachte.
Hoewel de verdachte een bekentenis aflegde, oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende overtuigend was om vast te stellen dat zij de bestuurder was gedurende het relevante moment van de waarneming. De mogelijkheid van een wisseling van bestuurder toen de auto uit beeld was, maakte het bewijs onvoldoende. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle feiten.
De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding, omdat de verdachte werd vrijgesproken. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.