Eiser, van Guinese nationaliteit, diende op 20 augustus 2021 een asielaanvraag in vanwege economische problemen, politiegeweld en etnische discriminatie door de Malinke-groep. Hij stelde dat hij en zijn familie vanwege hun Sousou-etniciteit werden onteigend, mishandeld en vastgehouden.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees de aanvraag op 15 mei 2023 af, stellende dat de problemen niet het gevolg waren van etnische discriminatie. De rechtbank behandelde het beroep op 13 oktober 2023 en oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de problemen veroorzaakt werden door discriminatie vanwege zijn etniciteit.
De rechtbank nam mee dat de overgelegde landeninformatie en persoonlijke verklaringen onvoldoende specifiek waren en dat wisselende verklaringen en het ontbreken van bewijs voor het causale verband de geloofwaardigheid ondermijnden. Ook was er geen aanwijzing dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.