ECLI:NL:RBDHA:2023:21843

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 december 2023
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
C/09/658032/KG RK 23-1514
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:18 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuursrechtelijke hoofdzaak

Verzoeker heeft in een bestuursrechtelijke hoofdzaak beroep ingesteld tegen een besluit van de directie van de RDW. Omdat het griffierecht niet werd betaald en dit niet verontschuldigbaar was, verklaarde de rechter het beroep niet-ontvankelijk. Vervolgens diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de hoofdzaak behandelde.

De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden indien er sprake is van omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid aantasten of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor wekken. Daarbij geldt een sterke vermoeden van onpartijdigheid van rechters. Het verzoek werd ingediend nadat de rechter al een einduitspraak had gedaan. De wet voorziet niet in wraking na een einduitspraak, waardoor het wrakingsverzoek niet ontvankelijk kon worden verklaard.

Er werd geen mondelinge behandeling gehouden, omdat het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was. De wrakingskamer besloot verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren en de beslissing toe te zenden aan verzoeker en de rechter. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat wraking na einduitspraak niet mogelijk is.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummer 2023/115
zaak- /rekestnummer: C/09/658032 / KG RK 23-1514
Beslissing van 14 december 2023
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. J.J.P. Bosman,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 30 november 2023.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer SGR 23/4214 tussen verzoeker en de directie van de RDW (hierna: de hoofdzaak). Verzoeker heeft in de hoofdzaak beroep ingesteld tegen een besluit van de directie van de RDW. Omdat het griffierecht in de hoofdzaak door verzoeker niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is, is het beroep van verzoeker bij beslissing van 13 oktober 2023 door de rechter niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft vervolgens de rechter gewraakt.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
3.2.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaak einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
3.3.
Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en S.M. Westerhuis-Evers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.