ECLI:NL:RBDHA:2023:21865

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 december 2023
Publicatiedatum
20 februari 2024
Zaaknummer
NL23.39523
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing bewaring wegens onrechtmatig terugkeerbesluit en toekenning schadevergoeding

De rechtbank Den Haag behandelde op 27 december 2023 het beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het bestreden terugkeerbesluit van 28 mei 2019 vermeldde niet het land van terugkeer, waardoor het besluit onrechtmatig werd geacht.

De rechtbank stelde vast dat onvoldoende informatie aanwezig was om Marokko als land van terugkeer aan te merken, ondanks de Marokkaanse nationaliteit van eiser en het overleggen van een Marokkaans paspoort aan Belgische autoriteiten. Hierdoor was ook de maatregel van bewaring onrechtmatig en moest deze met ingang van 27 december 2023 worden opgeheven.

Daarnaast kende de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.230 voor twaalf dagen onrechtmatige vrijheidsontneming, waarvan één dag in een politiecel en elf dagen in een detentiecentrum. Tevens werden de proceskosten van €1.674 aan eiser toegekend, te betalen door de Staat der Nederlanden.

De uitspraak werd mondeling gedaan door rechter R.J.A. Schaaf in aanwezigheid van griffier S.J. Valk. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding van €1.230 wordt toegekend.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.39523
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F. Fonville), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. F. van de Kamp).

Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 27 december 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen T. Baddouri. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van 27 december 2023;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.230,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,-.
zaaknummer: NL23.39523
2

Overwegingen

1. De rechtbank is van oordeel dat het terugkeerbesluit van 28 mei 2019 onrechtmatig is. In dit terugkeerbesluit is niet vermeld op welk land de verwijdering van eiser zich richt. Voor zover voor deze toetsing relevant is, stelt de rechtbank vast dat in het besluit van
28 mei 2019, gelezen in combinatie met het voornemen van 13 mei 2019, slechts is vermeld dat eiser de Marokkaanse nationaliteit heeft en dat hij eerder aan de autoriteiten in België een Marokkaans paspoort heeft overgelegd. Van andere informatie die een link legt naar Marokko als land van terugkeer is niet gebleken. Uit deze informatie is onvoldoende kenbaar dat de terugkeerverplichting van eiser betrekking heeft op Marokko.
2. Aangezien het terugkeerbesluit onrechtmatig is, is ook de onderhavige maatregel van meet af aan onrechtmatig. Deze maatregel wordt immers niet gedragen door een rechtmatig terugkeerbesluit.
3. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van heden, 27 december 2023.
4. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor twaalf dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel. Eiser heeft één dag in een politiecel verbleven. Daarvoor krijgt hij € 130,-. Verder heeft eiser elf dagen in het detentiecentrum doorgebracht. Daarvoor krijgt hij 11 x € 100,-. In totaal bedraagt de schadevergoeding dus € 1.230,-.
5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van
€ 837,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2023 door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
zaaknummer: NL23.39523
3
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
27 december 2023

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.