ECLI:NL:RBDHA:2023:21907

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 augustus 2023
Publicatiedatum
27 februari 2024
Zaaknummer
AWB - 22 _ 2203
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 Wet WOZArt. 18 lid 3 Wet WOZArt. 8:58 AwbArt. 30 lid 2 Wet WOZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging WOZ-beschikking en terugverwijzing bezwaar wegens onduidelijke objectafbakening

Eiseres, eigenaar van meerdere onroerende zaken met bedrijfs-, opslag- en kantoorfuncties, maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking van verweerder waarin de objectafbakening als afzonderlijke onroerende zaken werd vastgesteld. Eiseres stelde dat sprake was van een samenstel en dat de coronamaatregelen als bijzondere omstandigheid niet waren meegenomen.

Verweerder stelde dat de hoorplicht was geschonden en verzocht om terugverwijzing van het bezwaar. Het verweerschrift werd te laat ingediend en daarom buiten beschouwing gelaten. Op basis van de beperkte stukken kon de rechtbank niet beoordelen of de objectafbakening juist was toegepast.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en verwees het bezwaar terug naar verweerder voor een nieuwe beslissing. Hoewel de redelijke termijn was overschreden, wees de rechtbank een vergoeding voor immateriële schade af. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het bezwaar wordt terugverwezen naar verweerder voor een nieuwe beslissing.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht
zaaknummers: SGR 22/2203 tot en met SGR 22/2351

uitspraak van de meervoudige kamer van 22 augustus 2023 in de zaken tussen

[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: G. Gieben),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Zuidplas, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij beschikkingen van 26 februari 2021 (de beschikkingen) de waarde van 149 onroerende zaken gelegen aan [adres] te [plaatsnaam] (de onroerende zaken) vastgesteld voor het belastingjaar 2021 naar de waardepeildatum 1 januari 2020. Met de beschikkingen zijn in één geschrift bekendgemaakt en verenigd de aan eiseres opgelegde aanslagen onroerende-zaakbelastingen voor het jaar 2021 (de aanslagen).
Eiseres heeft tegen de beschikkingen bezwaar gemaakt. Gelet op artikel 30, tweede lid, van de Wet WOZ wordt dit bezwaar geacht mede te zijn gericht tegen de aanslagen.
Bij uitspraak op bezwaar van 14 februari 2022 heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard (het bestreden besluit).
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft per beschikte waarde een zaaknummer aangemaakt.
De rechtbank heeft op 1 juli 2023 van verweerder een verweerschrift ontvangen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2023.
Namens eiseres is verschenen J.L.G. van Herk, kantoorgenoot van haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [naam] .

Overwegingen

Feiten
1. Eiseres is eigenaar van de onroerende zaken. De onroerende zaken betreffen units met een bedrijfs-, opslag- of kantoorfunctie en zijn gelegen in een bedrijfspand.

Geschil2. In geschil is allereerst de vraag of verweerder de onroerende zaken terecht heeft afgebakend als afzonderlijke onroerende zaken in de zin van artikel 16 van Pro de Wet WOZ en of de coronamaatregelen een bijzondere omstandigheid vormen in de zin van artikel 18, derde lid, Wet WOZ. Tot slot is in geschil of de hoorplicht is geschonden.

3. Eiseres stelt primair dat verweerder de onroerende zaken onjuist heeft afgebakend en dat sprake is van een samenstel als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder d Wet WOZ. Eiseres heeft daartoe aangevoerd dat de objecten allemaal in eigendom zijn van eiseres en naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen, omdat er op de waardepeildatum sprake was van leegstand. Gelet hierop dient de aanslag te worden vernietigd en het bezwaar terugverwezen naar verweerder. Subsidiair stelt eiseres dat verweerder de uitspraak op bezwaar heeft gedaan zonder haar te hebben gehoord en dat verweerder ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de coronamaatregelen welke van waardeverminderende invloed zijn voor het jaar 2021.
4. Verweerder heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de hoorplicht is geschonden, het beroep gegrond moet worden verklaard en heeft de rechtbank verzocht het bezwaar terug te verwijzen.
Beoordeling van het geschil
5. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de late indiening van het verweerschrift. Ingevolge artikel 8:58, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen partijen tot tien dagen voor de zitting nadere stukken indienen. Dit betekent dat de laatste dag waarop nadere stukken tijdig kunnen worden ontvangen, de elfde dag voor de zitting is. De rechtbank heeft per mail op zaterdag 1 juli 2023 een verweerschrift van verweerder ontvangen. Het verweerschrift, dat als nader stuk zou moeten worden aangemerkt, is dus tien dagen voor de zitting en daarmee buiten de tiendagentermijn ontvangen. Door de indiening op zaterdag kon dit stuk pas op maandag doorgestuurd worden aan eiseres. Als reden voor het late insturen van het verweerschrift heeft verweerder de personele problemen binnen de gemeente aangevoerd, alsmede het op een laat moment in de procedure inschakelen van een gemachtigde. Dit zijn omstandigheden die naar het oordeel van de rechtbank voor rekening en risico van verweerder komen. De rechtbank heeft hier dan ook aanleiding in gezien om de late indiening van het verweerschrift als zijnde in strijd met de goede procesorde tardief te achten en zal het verweerschrift daarom buiten beschouwing laten.
6. Eiseres heeft in beroep primair de objectafbakening van verweerder betwist. Omdat het verweerschrift tardief is verklaard beschikt de rechtbank slechts over de eerst op 29 juni 2023 ontvangen op de zaak betrekking hebbende stukken. Deze stukken omvatten het aanslagbiljet, het bezwaarschrift en een aanvulling daarop, de uitspraak op het bezwaarschrift, twee aanwijzingsbesluiten, een wijzing van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2016 en een uitdraai van de digitale ontvangst van de stukken door de rechtbank. Op basis van deze (beperkte) stukken kan niet worden vastgesteld of verweerder de objectafbakening juist heeft toegepast, en daarom zal de rechtbank de beroepen gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen. Omdat de relevante stukken ontbreken kan de rechtbank niet zelf in de zaak voorzien. Aangezien beide partijen de rechtbank hebben verzocht om terugverwijzing van het bezwaar naar verweerder zal de rechtbank partijen volgen en verweerder opdragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen.
Vergoeding van immateriële schade
7. Eiseres heeft ter zitting verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het bezwaarschrift tegen de aanslagen is door verweerder ontvangen op 18 maart 2021, zodat de redelijke termijn ten tijde van het doen van deze uitspraak is overschreden met (naar boven afgerond) zes maanden. Eiseres heeft in beginsel recht op een vergoeding ter compensatie voor de spanning en frustratie als gevolg van de lange duur van de procedure. Op grond van de algemene voorwaarden van de gemachtigde komt deze vergoeding toe aan de gemachtigde en niet aan eiseres, zodat het toekennen van de vergoeding voor eiseres geen compensatie vormt. De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding om te volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden en niet over te gaan tot het toekennen van enige vergoeding voor immateriële schade.
8. Gelet op wat hiervoor is overwogen dienen de beroepen gegrond te worden verklaard en dient het verzoek tot vergoeding van immateriële schade te worden afgewezen.
Proceskosten
9. Omdat de beroepen gegrond zijn, bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het bezwaar en de beroepenredelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank zal de vergoeding vaststellen op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). Deze kosten zijn op de voet van het Besluit voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 2.955 (1 punt voor het indienen van het bezwaar met een waarde per punt van € 296, 1 punt voor het indienen van het beroep, 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 837, wegingsfactor 1, vermenigvuldigd met de factor 1,5 wegens 4 of meer samenhangende zaken.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart de beroepen gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op om opnieuw uitspraak te doen op het bezwaar van eiseres;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 2.955;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 365 aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Batelaan-Boomsma, voorzitter, en mr. J.G.E. Gieskes en mr. M.A. Dirks, leden, in aanwezigheid van mr. L.J.E. Steijvers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2023.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).