ECLI:NL:RBDHA:2023:21949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag bij vervallen co-ouderschap en onvoldoende feitelijke zorgregeling
Eiser betwistte het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) dat hij geen recht heeft op kinderbijslag over het derde kwartaal van 2021. De rechtbank stelde vast dat het oorspronkelijke co-ouderschap per juni 2018 was vervallen en dat er na die datum sprake was van een onbestendige zorgregeling, mede door een uithuisplaatsing en trage heropbouw van contact.
Verweerder baseerde het besluit op gerechtelijke stukken en navraag bij beide ouders, maar niet bij Jeugdbescherming. De rechtbank oordeelde dat nader onderzoek bij Jeugdbescherming geen meerwaarde zou hebben gehad, omdat ook die instantie de feitelijke situatie niet volledig kon weergeven.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende onderzoek had gedaan en dat op de peildatum 1 juli 2021 geen sprake was van een co-ouderschap of een situatie van overwegend in gelijke mate verzorgen zoals bedoeld in artikel 10 BUK Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op kinderbijslag voor het derde kwartaal 2021 wordt ontzegd.