ECLI:NL:RBDHA:2023:21952
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering en boete AOW-pensioen wegens gezamenlijke huishouding
Eiser ontving sinds 2013 een AOW-pensioen voor alleenstaanden. Na melding dat zijn ex-partner in 2016 was overleden, startte de Sociale Verzekeringsbank een onderzoek. Uit het onderzoek en een ondertekende verklaring bleek dat eiser vanaf 1 november 2012 hoofdverblijf had bij zijn ex-partner en een gezamenlijke huishouding voerde. Verweerder herzag het AOW-pensioen naar gehuwden en vorderde €12.154,95 terug, plus een boete van €5.533,33 wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiser voerde aan niet samen te wonen en betwistte de ondertekening van de verklaring. De rechtbank stelde vast dat eiser de verklaring wel had ondertekend en dat het bewijs, waaronder anonieme verklaringen en een buurtonderzoek, het samenwonen bevestigt. Ook was eiser niet vrij over zijn eigen woning, die door anderen werd bewoond.
De rechtbank oordeelde dat eiser terecht het AOW-pensioen werd herzien, het teveel betaalde bedrag moest terugbetalen en de boete terecht werd opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening, terugvordering en boete AOW-pensioen wordt ongegrond verklaard.