ECLI:NL:RBDHA:2023:22019
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op vreemdelingenaanvraag
Eisers hebben beroep ingesteld omdat de staatssecretaris niet tijdig heeft beslist op hun aanvraag van 24 februari 2023. De rechtbank stelt vast dat de wettelijke beslistermijn op 25 mei 2023 is verstreken en dat eisers op 7 juni 2023 terecht een ingebrekestelling hebben gestuurd. Hierdoor is het beroep kennelijk gegrond.
De staatssecretaris heeft aangegeven te streven naar een besluit binnen zestien weken na de uitspraak, met herstel verzuim en mogelijk DNA-onderzoek. De rechtbank wijst dit verzoek af en stelt een termijn van zeven weken na de uitspraak vast, rekening houdend met de reeds verstreken tijd.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van €418,50 aan eisers. De uitspraak is gedaan door rechter M.H. Dworakowski-Kelders en griffier J.H. Cadogan op 16 november 2023.
Uitkomst: De rechtbank draagt de staatssecretaris op binnen zeven weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.