ECLI:NL:RBDHA:2023:22020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens schending hoorplicht
Eiser, een Ethiopische nationaliteit dragende man, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als verblijfsdoel familieleven. De staatssecretaris wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het niet verschijnen van eiser op de hoorzitting. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de hoorplicht heeft geschonden doordat de uitnodiging voor de hoorzitting te laat en onvoldoende persoonlijk aan eiser is verzonden, terwijl hij vanwege zijn medische situatie in Italië verbleef.
De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris wel contact had met de toenmalige en gepretendeerde gemachtigde, maar niet met eiser zelf toen duidelijk werd dat er geen gemachtigde meer was. Hierdoor kon eiser niet adequaat worden gehoord. De rechtbank acht het niet verschijnen van eiser op de hoorzitting niet aan hem toe te rekenen en verklaart het beroep gegrond wegens strijd met artikel 3:2 Awb Pro.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen vier weken een nieuwe hoorzitting te plannen in overleg met de gemachtigde van eiser en binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuwe hoorzitting en besluit te plannen.