Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2023 in de zaak tussen
[eiseres](eiseres), uit [woonplaats], tezamen te noemen eisers
Rechtbank Den Haag
Eisers, directeur-grootaandeelhouder van een BV die een restaurant exploiteert, ontvingen Tozo-uitkeringen over de periode juni 2020 tot maart 2021. Verweerder herzag deze besluiten en trok de uitkeringen in omdat eiser niet voldeed aan het vereiste van volledige zeggenschap en financiële risico’s, aangezien hij slechts 50% van de aandelen bezat en enig bestuurder was.
Eisers voerden aan dat zij feitelijk wel volledige zeggenschap en financiële risico’s droegen en dat de handreiking slechts een hulpmiddel is. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de handreiking hanteerde en dat de gewijzigde situatie na uitschrijving van de compagnon als bestuurder leidde tot het ontbreken van volledige zeggenschap.
De rechtbank stelde vast dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden door onjuiste informatie te verstrekken bij de aanvraag. Het beroep werd ongegrond verklaard. Hoewel het bestuursorgaan ten onrechte niet heeft gehoord in bezwaar, werd dit gebrek gepasseerd omdat eisers in beroep hun standpunten konden inbrengen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de Tozo-uitkering wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in proceskosten en griffierecht.