ECLI:NL:RBDHA:2023:22053
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 27 oktober 2023, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank heeft partijen gevraagd of zij instemmen met behandeling buiten zitting, hetgeen door beide partijen is bevestigd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
Uit het dossier blijkt dat eiser volgens meldingen van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) op 8 november 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. Noch verweerder, noch de gemachtigde van eiser weet waar eiser verblijft of of hij nog in Nederland is. De gemachtigde heeft verklaard geen contact met eiser te hebben.
De rechtbank volgt de vaste rechtspraak dat een vreemdeling die zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt, kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Hierdoor ontbreekt het aan een rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De zaak wordt niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming en ontbreken van procesbelang.