ECLI:NL:RBDHA:2023:22058
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na niet-tijdige besluitvorming in vreemdelingenzaak
Verzoekster is op 18 juli 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar aanvraag. Nadat verzoekster het beroep had ingesteld, heeft verweerder alsnog op 10 augustus 2023 een besluit genomen en de aanvraag afgewezen. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder de proceskosten van verzoekster moet vergoeden omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen. De proceskosten zijn vastgesteld op € 209,25, gebaseerd op een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), met een wegingsfactor van 0,25 vanwege het lichte gewicht van de zaak.
Daarnaast is verweerder verplicht het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekster te vergoeden. De rechtbank heeft de proceskostenveroordeling uitgesproken zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, gezien de eenvoudige aard van de zaak en het beperkte belang.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N. Khalloufi op 24 oktober 2023 in Utrecht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van € 209,25 aan proceskosten aan verzoekster wegens niet tijdig beslissen.