ECLI:NL:RBDHA:2023:22058

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2023
Publicatiedatum
22 maart 2024
Zaaknummer
NL23.20715
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na niet-tijdige besluitvorming in vreemdelingenzaak

Verzoekster is op 18 juli 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar aanvraag. Nadat verzoekster het beroep had ingesteld, heeft verweerder alsnog op 10 augustus 2023 een besluit genomen en de aanvraag afgewezen. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.

Verweerder heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder de proceskosten van verzoekster moet vergoeden omdat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen. De proceskosten zijn vastgesteld op € 209,25, gebaseerd op een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), met een wegingsfactor van 0,25 vanwege het lichte gewicht van de zaak.

Daarnaast is verweerder verplicht het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoekster te vergoeden. De rechtbank heeft de proceskostenveroordeling uitgesproken zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, gezien de eenvoudige aard van de zaak en het beperkte belang.

De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N. Khalloufi op 24 oktober 2023 in Utrecht.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van € 209,25 aan proceskosten aan verzoekster wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.20715
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V nummer] (gemachtigde: mr. H. Hassan),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder heeft gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1 Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.2
3. Verzoekster is op 18 juli 2023 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig had beslist op haar aanvraag. Bij besluit van 10 augustus 2023 heeft verweerder alsnog beslist en de aanvraag aan verzoekster afgewezen. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken. Zij heeft daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van de verzoekster. Hij heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te vergoeden.
5. Omdat verweerder pas nadat verzoekster in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster vast op
€ 209,25. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat verzoekster een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld voor het indienen van het beroepschrift. De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 0,25, omdat deze zaak van zeer licht gewicht is.
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in dit geval sprake is van een beroep vanwege het niet tijdig beslissen, waarbij het – al dan niet in geld uit te drukken – belang zeer beperkt is en de aard van de zaak zeer eenvoudig is. Dat geeft aanleiding om ten aanzien van het in onderdeel C1 van de bijlage bij het Bpb opgenomen gewicht van de zaak twee categorieën lager te hanteren dan ‘gemiddeld’. De rechtbank verwijst naar de uitspraak van 4 september 20233. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Toegekend wordt € 209,25 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,25).
7. Uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb volgt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 184,- aan haar te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 209,25.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van N. Khalloufi, griffier.
3 ECLI:NL:RBM NE:2023:4482.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
24 oktober 2023

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.