Eiseres, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin de definitieve tegemoetkoming op grond van de NOW-2 werd vastgesteld op nul en een voorschot van €67.552,- werd teruggevorderd. Na bezwaar nam het UWV een gewijzigde beslissing waarbij het omzetverliespercentage werd vastgesteld op 26% en de tegemoetkoming op €27.444,-. Eiseres trok daarop het beroep in met het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de gewijzigde beslissing van het UWV een volledige tegemoetkoming betekende, waardoor intrekking van het beroep gerechtvaardigd was. Echter, de door eiseres opgevoerde proceskosten bestonden uit nota’s van juridische adviseurs die geen proceshandelingen hadden verricht in deze procedure. De directeur/eigenaar van eiseres had feitelijk zelf geprocedeerd, waardoor geen sprake was van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Daarom werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Wel werd bepaald dat het griffierecht van €365,- door verweerder aan eiseres moet worden vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter D.R. van der Meer op 29 november 2023.