ECLI:NL:RBDHA:2023:22093

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 oktober 2023
Publicatiedatum
4 april 2024
Zaaknummer
AWB 23/2397
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 45, eerste lid, onder c, Vreemdelingenwet 2000Art. 5, tweede lid, Wet COARichtlijn 2013/33/EURichtlijn 2013/32/EU
Verwijzingen
13 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake beroep tegen aanzegging beëindiging opvang asielzoeker

Eiser heeft op 7 december 2021 een opvolgende asielaanvraag ingediend die bij besluit van 1 februari 2023 is afgewezen. Naar aanleiding hiervan heeft het COA op 3 februari 2023 aan eiser medegedeeld dat zijn opvang per 6 maart 2023 zal worden beëindigd. Eiser stelde zich op het standpunt dat deze aanzegging een besluit is waartegen beroep mogelijk is, en dat het beëindigen van zijn opvang in strijd is met Europese richtlijnen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag bij uitspraak van 3 juli 2023 ongegrond is verklaard en dat het hoger beroep nog aanhangig is bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Verweerder stelde dat de beëindiging van de opvang voortvloeit uit het asielbesluit zelf en dat de aanzegging van het COA geen zelfstandig besluit is.

De rechtbank oordeelt dat de aanzegging van het COA geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb, omdat het rechtsgevolg van beëindiging van de opvang reeds is ontstaan door het afwijzende asielbesluit. De aanzegging is slechts een mededeling en niet gericht op het tot stand brengen van een rechtsgevolg. Daarom is de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen deze aanzegging.

De rechtbank wijst het beroep af wegens onbevoegdheid en kent geen proceskostenvergoeding toe. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de aanzegging van het COA tot beëindiging van de opvang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/2397

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2023 in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Görsültürk),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers(hierna: COA), verweerder
(gemachtigde: mr. R. Radema).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de aanzegging van het COA van 3 februari 2023 dat zijn opvang op 6 maart 2023 wordt beëindigd.
1.1.
Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
1.2.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 19 september 2023 op zitting behandeld. Eiser en de gemachtigde van eiser zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft op 7 december 2021 een opvolgende asielaanvraag ingediend. Bij besluit van 1 februari 2023 is deze aanvraag afgewezen. Op 3 februari 2023 heeft verweerder eiser medegedeeld dat de Rva [1] -verstrekkingen op grond hiervan beëindigd zullen worden per 6 maart 2023.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser heeft – kort samengevat – aangevoerd dat het beëindigen van zijn recht op opvang in strijd is met de Opvangrichtlijn [2] en met zich meebrengt dat zijn recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel uit artikel 46 van Pro de Procedurerichtlijn [3] en artikel 13 van Pro de Terugkeerrichtlijn [4] wordt gefrustreerd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank stelt vast dat het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag bij uitspraak van 3 juli 2023 [5] ongegrond is verklaard. Het hoger beroep is nog aanhangig bij de Afdeling [6] . Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de opvang door het afwijzende asielbesluit van rechtswege is geëindigd en dat de feitelijke mededeling daarvan aan eiser daarom geen besluit is en de rechtbank dus onbevoegd is om kennis te nemen van het beroep.
5. De rechtbank is van oordeel dat de aanzegging van het COA op 3 februari 2023, dat de opvang zal worden beëindigd, geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb [7] . De beëindiging van de opvang vloeit in dit geval voort uit het besluit van 1 februari 2023, waarbij de asielaanvraag van eiser is afgewezen, gelezen in samenhang met artikel 45, eerste lid, onder c, van de Vw [8] . De opvang wordt dus beëindigd, omdat eiser niet langer rechtmatig in Nederland verblijft. De aanzegging van het COA van 3 februari 2023 is er dus niet op gericht enig rechtsgevolg tot stand te brengen. Van een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb is dan ook geen sprake. Het is ook geen handeling van verweerder in de zin van artikel 5, tweede lid, van de Wet COA, omdat het rechtsgevolg dat verweerder eiser heeft medegedeeld al was ontstaan met het afwijzende asielbesluit van 1 februari 2023. [9] Dit betekent dat de rechtbank niet bevoegd is om van het beroep kennis te nemen.

Conclusie en gevolgen

6. Omdat geen sprake is van een besluit in de zin van de Awb is de rechtbank onbevoegd kennis te nemen van het beroep.
7. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. R.S. Ouertani, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.
2.Richtlijn 2013/33/EU.
3.Richtlijn 2013/32/EU.
4.Richtlijn 2008/115/EG.
6.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.Algemene wet bestuursrecht.
8.Vreemdelingenwet 2000.
9.Zie onder meer de uitspraken van de Afdeling van 23 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:3570 van 22 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:925.