ECLI:NL:RBDHA:2023:22094
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser, een Turkse staatsburger van Koerdische afkomst, diende op 4 april 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder vroeg Kroatië op 23 mei 2023 om eiser terug te nemen, wat Kroatië op 6 juni 2023 accepteerde. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublin-verordening, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Eiser betwistte dit en stelde dat Kroatië niet betrouwbaar is vanwege pushbacks en risico’s op schending van artikel 2 EVRM Pro, verwijzend naar een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Tevens vreesde hij terugkeer naar Turkije vanwege zijn geaardheid, afkomst en levensovertuiging.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië, mede gelet op een onderzoek en een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat er sprake is van systematische tekortkomingen in Kroatië die overdracht verbieden.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.