ECLI:NL:RBDHA:2023:22115
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bij beroep wegens niet tijdig beslissen door Staatssecretaris
Verzoeker is op 15 augustus 2023 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag. Nadat verweerder op 7 september 2023 alsnog de aanvraag heeft afgewezen, heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dat niet noodzakelijk was en heeft overwogen dat verweerder de proceskosten moet vergoeden omdat hij pas na het instellen van het beroep een besluit heeft genomen. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde, is een vast bedrag aan proceskosten van toepassing volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De rechtbank heeft de proceskosten vastgesteld op € 209,25, rekening houdend met een wegingsfactor van 0,25 vanwege het lichte gewicht van de zaak. Verweerder is veroordeeld deze kosten aan verzoeker te betalen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 209,25 aan proceskosten aan verzoeker.