Verzoeker, een Turkse nationaliteithebbende, diende een aanvraag in voor een visum voor kort verblijf, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen wegens onvoldoende aantonen van het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf.
Verzoeker verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om tijdens de bezwaarprocedure toch een faciliterend visum te verkrijgen, met het oog op zijn geplande huwelijk met een partner met de Nederlandse en Roemeense nationaliteit. De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang, maar oordeelde dat het verzoek feitelijk geen voorlopig karakter heeft en dat toewijzing onomkeerbare gevolgen zou hebben.
De rechter stelde dat alleen in zeer bijzondere omstandigheden een voorlopige voorziening kan worden toegewezen, bijvoorbeeld bij een zwaarwegend spoedeisend belang of twijfel aan de rechtmatigheid van het primaire besluit. De wens om de bruiloft door te laten gaan werd niet als zwaarwegend aangemerkt, mede omdat verzoeker de aanvraag voor vriendenbezoek had ingediend en pas later een faciliterend visum verzocht.
Ook was er twijfel over de duurzaamheid van de relatie, mede door tegenstrijdigheden in de overgelegde stukken. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd geen proceskostenvergoeding toegekend.