ECLI:NL:RBDHA:2023:22200
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse vluchteling wegens ongeloofwaardige betrokkenheid bij roofmoord
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van asiel. Hij stelde dat hij betrokken was geraakt bij een roofmoord in Nigeria, waarvoor hij veroordeeld werd tot dertig jaar gevangenisstraf, en dat hij uit de gevangenis ontsnapte. Hij vreesde bij terugkeer ter dood veroordeeld te worden.
Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, achtte de identiteit en herkomst van eiser geloofwaardig, maar verwierp de geloofwaardigheid van zijn verklaringen over de roofmoord, veroordeling en ontsnapping. De rechtbank toetste het asielrelaas, waarbij onder meer psychische klachten en trauma werden meegewogen, maar concludeerde dat deze niet belemmerden om de kern van het verhaal te vertellen.
De rechtbank vond dat eiser essentiële onderdelen van zijn verhaal, zoals zijn betrokkenheid bij moord, pas na confrontatie met tegenstrijdige documenten noemde en zijn verklaringen over de ontsnapping en het politierapport vaag en inconsistent waren. Ook de overgelegde documenten en mediaberichten waren niet overtuigend of authentiek genoeg.
Gezien de samenhang van de tegenstrijdigheden en het gebrek aan overtuigend bewijs, oordeelde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en dat verweerder de asielaanvraag terecht heeft afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.