De rechtbank Den Haag heeft op 25 september 2023 een beschikking gegeven inzake een omgangsregeling voor een minderjarige die na een gerechtelijke overplaatsing verblijft bij de grootmoeder moederszijde. De minderjarige verblijft eenmaal per maand een lang weekend bij zijn voormalige pleegouders in Friesland. De moeder en vader zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
De gecertificeerde instelling verzocht om een omgangsregeling met de voormalige pleegouders, omdat het contact belangrijk is voor de hechtingsontwikkeling van de minderjarige. De grootmoeder, waar de minderjarige feitelijk verblijft, verzet zich tegen de omgangsregeling omdat zij deze te belastend vindt voor het kind, mede vanwege verlatingsangst en de grote reisafstand.
De kinderrechter constateert een belangenstrijd tussen de grootmoeder en de voormalige pleegouders, die de communicatie bemoeilijkt en spanning veroorzaakt bij de minderjarige. Daarom wordt een bijzondere curator benoemd om te bemiddelen en te adviseren over een passende omgangsregeling. Tot die tijd geldt de voorlopige regeling waarbij de minderjarige eenmaal per maand een lang weekend bij de voormalige pleegouders verblijft. De zaak wordt aangehouden in afwachting van het rapport van de bijzondere curator.