ECLI:NL:RBDHA:2023:22232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met Syrië
Eisers, Syrische nationaliteit houdende ouders, vroegen een visum voor kort verblijf aan voor een familiebezoek aan hun dochter in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvragen af wegens onvoldoende bewijs van sociale en economische binding met Syrië, waardoor het migratierisico werd aangenomen.
Eisers stelden in beroep dat zij voldoende binding met Syrië hebben en dat de minister onzorgvuldig handelde door pas in het bestreden besluit vragen te stellen en hen niet te horen. Tevens werd een bestuurlijke dwangsom gevorderd wegens te late beslissing op bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht een ruime beoordelingsmarge heeft en dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij tijdig naar Syrië zullen terugkeren. De zorg voor een gehandicapte dochter bleek niet exclusief en economische binding werd onvoldoende onderbouwd. Het bezwaar was kennelijk ongegrond, waardoor geen dwangsom verschuldigd was. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvragen kort verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van tijdige terugkeer naar Syrië.