Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid bij referente, een Nederlandse staatsburger. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen vanwege onvoldoende bewijs van een duurzame en exclusieve relatie en het niet voldoen aan het middelenvereiste. Een onderzoek door de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) bracht tegenstrijdigheden en onduidelijkheden aan het licht over het dienstverband van referente, waaronder discrepanties in de arbeidsovereenkomst, werkgeversverklaring en verklaringen over werkzaamheden.
Eiser stelde dat het UWV het dienstverband als echt had beoordeeld, maar de rechtbank oordeelde dat de NLA-rapportage zwaarder woog en dat eiser onvoldoende had onderbouwd hoe het UWV-onderzoek was uitgevoerd. Daarnaast verwees eiser naar het arrest Chakroun van het Hof van Justitie van de Europese Unie, stellende dat een individuele beoordeling had moeten plaatsvinden. De rechtbank vond dat verweerder alle relevante omstandigheden had besproken en dat eiser zijn individuele situatie onvoldoende had toegelicht.
De rechtbank concludeerde dat het middelenvereiste terecht was toegepast en dat de afwijzing van de aanvraag daarom stand hield. Omdat dit een zelfstandige grond van afwijzing was, werd niet inhoudelijk ingegaan op de vraag of sprake was van een duurzame en exclusieve relatie. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.