ECLI:NL:RBDHA:2023:22279
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij visumaanvraag
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, verzocht op 12 april 2022 om een visum voor kort verblijf in Nederland. De Minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af wegens onvoldoende onderbouwing van het doel en de omstandigheden van het verblijf. Eiser diende bezwaar in, dat door verweerder kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening. Eiser stelde dat het bezwaar tijdig was verzonden vanuit Pakistan, maar verweerder achtte dit niet verschoonbaar.
Eiser stelde beroep in bij de rechtbank, maar dit werd ontvangen na het verstrijken van de wettelijke termijn van vier weken. De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift pas op 28 oktober 2022 werd ontvangen, terwijl de termijn op 30 september 2022 was verstreken. Eiser gaf geen voldoende reden voor de vertraging, en zijn stelling dat hij op tijd had ingediend was onvoldoende.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en ging niet inhoudelijk op de zaak in. Eiser kreeg geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.