De vader verzocht de kinderrechter om een schriftelijke aanwijzing van 28 december 2022, gegeven door de gecertificeerde instelling, geheel of gedeeltelijk te laten vervallen. Deze aanwijzing betrof afspraken over de omgang en overdracht van de minderjarige tijdens de kerstvakantie, waaronder het verbod op het dragen van een tracking-horloge.
De vader stelde dat de schriftelijke aanwijzing onzorgvuldig tot stand was gekomen, onvoldoende was gemotiveerd en in strijd was met het evenredigheidsbeginsel. Hij voerde aan dat er overleg ontbrak, dat ouders overeenstemming hadden over een andere overdrachtsdatum en dat het tracking-horloge noodzakelijk was voor de veiligheid van de minderjarige.
De gecertificeerde instelling betwistte deze stellingen en stelde dat de aanwijzing in overleg met beide ouders was opgesteld en noodzakelijk was om de belangen van de minderjarige te beschermen, die zich in een ernstig loyaliteitsconflict bevindt. De instelling wees op de schadelijke effecten van het tracking-horloge op het kind.
De kinderrechter oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig was genomen, in lijn met eerdere zorgregelingen en het belang van de minderjarige diende. Het verzoek van de vader werd daarom afgewezen. De beschikking is direct uitvoerbaar en er is geen hoger beroep mogelijk, alleen cassatie in het belang der wet.