ECLI:NL:RBDHA:2023:22296
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvragen W2-documenten wegens ontbreken rechtmatig verblijf en ingetrokken tijdelijke bescherming
Eisers hebben aanvragen ingediend voor een Vreemdelingen Identiteitsbewijs type W2, nadat zij hun tijdelijke bescherming onder de richtlijn 2001/55/EG hadden ingetrokken. De minister wees deze aanvragen af omdat eisers niet voldeden aan de voorwaarden van rechtmatig verblijf zoals vereist in artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Eisers hadden geen verblijfsvergunning en waren niet in procedure voor verlening daarvan.
Eisers voerden aan dat zij door hun jarenlange verblijf en de oorlogssituatie in Oekraïne niet in staat zijn Nederland te verlaten en dat zij zich zonder documenten niet kunnen identificeren, wat onevenredig nadelige gevolgen zou hebben. Zij stelden dat de minister had moeten onderzoeken of zij gegronde redenen hadden om afstand te doen van hun O-documenten en dat de minister hen had moeten horen.
De rechtbank oordeelde dat het W2-document bedoeld is als bewijs van rechtmatig verblijf en dat eisers niet aan de voorwaarden voldoen. De minister hoefde niet af te wijken van het beleid omdat er geen beleidsruimte is. Ook is niet gebleken dat eisers behoren tot een vergeten groep zonder regeling. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eisers kregen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvragen voor W2-documenten wordt ongegrond verklaard.