ECLI:NL:RBDHA:2023:2243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering maatwerkvoorschriften kampvuren scoutingterrein
Eisers wonen nabij een scoutingterrein waar kampvuren plaatsvinden en ervaren hinder hiervan. Zij verzochten het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg om maatwerkvoorschriften te stellen om de hinder te beperken. Het college weigerde dit, stellende dat het verbod op het verbranden van afvalstoffen niet van toepassing is en dat het geuronderzoek geen aanleiding gaf tot maatwerk.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag of het verbranden van hout op het terrein afvalstoffen betreft, mede omdat er aanwijzingen zijn dat ook afvalhout en snoeihout worden verbrand. Tevens is het geuronderzoek van Antea Group onvoldoende zorgvuldig en onvolledig, onder meer doordat het aantal kampvuren systematisch wordt onderschat en de rekenmethode niet voldoet aan de NTA 9065-normen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt het college op binnen twaalf weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij nader onderzoek moet worden verricht naar de aard van het verbrande hout en de geurhinder. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college wordt opgedragen binnen twaalf weken een nieuwe beslissing te nemen.