ECLI:NL:RBDHA:2023:2253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing paspoortaanvraag wegens verlies Nederlanderschap door langdurig verblijf in buitenland
Eiser, met zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit, vroeg een Nederlands paspoort aan. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat eiser sinds 30 september 2004 onafgebroken hoofdverblijf buiten Nederland had, waardoor hij op grond van artikel 15 RWN Pro het Nederlanderschap verloor.
Eiser betwistte dat zijn hoofdverblijf buiten Nederland was en overlegde documenten waaruit bleek dat hij post ontving op een Nederlands adres. De rechtbank oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende bewijs vormden voor hoofdverblijf in Nederland, mede omdat eiser na uitschrijving uit de BRP geen bankafschriften of andere bewijsstukken leverde.
De rechtbank volgde verweerder in zijn standpunt dat het Nederlanderschap sinds 30 september 2014 van rechtswege verloren is gegaan. De Unierechtelijke evenredigheidstoets werd door verweerder correct toegepast zonder rekening te houden met de persoonlijke banden van eiser met Nederland.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanvraag paspoort terecht geweigerd omdat eiser niet meer Nederlander was ten tijde van de aanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de paspoortaanvraag terecht buiten behandeling gesteld wegens verlies Nederlanderschap.