ECLI:NL:RBDHA:2023:2260
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing paspoortaanvraag wegens termijnoverschrijding
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een Nederlands paspoort, waarbij de minister stelde dat zij ten onrechte in 2006 een paspoort had gekregen omdat zij niet de Nederlandse nationaliteit bezat. De minister verklaarde het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaarperiode. Eiseres voerde aan dat zij niet wist dat zij binnen de termijn bezwaar moest maken omdat zij dacht dat haar Nederlanderschap niet automatisch kon worden ontnomen. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzondere reden vormen om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet noodzakelijk was en heeft de zaak zonder zitting behandeld. In het beroep heeft eiseres inhoudelijke gronden aangevoerd over het behoud van haar Nederlanderschap, maar deze zijn niet relevant voor de vraag of het bezwaar tijdig was ingediend. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaart het beroep ongegrond.
De rechtbank wijst het verzoek om terugbetaling van het griffierecht en vergoeding van proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn en griffier J.A. Leijten op 28 februari 2023. Eiseres kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wegens te late indiening is ongegrond verklaard.