ECLI:NL:RBDHA:2023:228
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker diende op 13 juni 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 25 november 2021. De staatssecretaris besloot op 12 juli 2022 alsnog de aanvraag toe te wijzen en verleende een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot de datum van de aanvraag, geldig tot 25 november 2026.
Naar aanleiding van deze beslissing trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aan verzoeker was tegemoetgekomen door alsnog te beslissen tijdens het beroep en dat het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond was.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een puntensysteem voor beroepsmatige rechtsbijstand met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep. De staatssecretaris werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.