ECLI:NL:RBDHA:2023:2282
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onvoldoende individuele omstandigheden
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, kreeg op 29 oktober 2022 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd omdat hij niet langer rechtmatig in Nederland verbleef en het risico bestond dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser stelde in beroep dat het inreisverbod in strijd is met artikel 8 EVRM Pro vanwege zijn familiebanden in Nederland, België en Spanje, en dat hij tijdens het gehoor door angst niet volledig en naar waarheid heeft verklaard.
De rechtbank behandelde het beroep op 31 januari 2023 en concludeerde dat het geschil zich richtte op de vraag of verweerder had moeten afzien van het inreisverbod op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat hij een hechte band met familie in Nederland heeft, terwijl verweerder onderzoek had gedaan en eiser de gelegenheid had gegeven individuele omstandigheden aan te dragen.
De enkele stelling van eiser dat hij door angst niet volledig had verklaard, werd niet aannemelijk geacht. De rechtbank concludeerde dat verweerder op goede gronden het terugkeerbesluit en het inreisverbod had opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en verweerder werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.