Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
gevestigd te Amersfoort ,
eisende partij,
gemachtigde: gerechtsdeurwaarder J.J. Sikkema
gedaagde partij,
gemachtigde: M.R. de Ruijter.
Rechtbank Den Haag
Stichting SODA vordert namens Albert Heijn een forfaitair schadebedrag van €181,11 wegens winkeldiefstal gepleegd door de gedaagde bij een filiaal in 2018. De vordering omvat tevens incassokosten en proceskosten.
De kantonrechter constateert dat Albert Heijn niet vertegenwoordigd was bij de zitting, terwijl dit volgens de overeenkomst tussen Albert Heijn en SODA verplicht was bij een gerechtelijke procedure. De gedaagde betwist de vordering en stelt niet veroordeeld te zijn voor de winkeldiefstal.
SODA heeft nagelaten haar stellingen tijdig met stukken te onderbouwen, zoals het proces-verbaal van aangifte, en mocht dit niet alsnog in een laat stadium inbrengen. Door de betwisting van de gedaagde en het ontbreken van een vertegenwoordiger van Albert Heijn kon onvoldoende duidelijkheid worden verkregen over de feiten. Daarom wordt de vordering afgewezen en SODA veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens winkeldiefstal wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.