Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die door verweerder is verleend voor het ruimen en ontgraven van een begraafplaats nabij zijn woonplaats. Verweerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft op 10 januari 2023 het beroep van eiser behandeld en geoordeeld dat eiser onvoldoende persoonlijk belang heeft bij het besluit. Hoewel eiser in de nabijheid van de begraafplaats woont en familieleden daar begraven liggen, beschikt hij niet over grafrechten en is hij niet gemachtigd om namens anderen op te treden. Hierdoor ondervindt hij geen gevolgen van enige betekenis die zijn woon-, leef- of bedrijfssituatie raken.
De rechtbank bevestigt dat alleen belanghebbenden die rechtstreeks en met gevolgen van enige betekenis door een besluit worden geraakt, bezwaar kunnen maken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen griffierecht terug. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.