ECLI:NL:RBDHA:2023:2320

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 februari 2023
Publicatiedatum
28 februari 2023
Zaaknummer
NL22.12968
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens bezwaarprocedure

Verzoekster heeft bij besluit van 7 juli 2022 een afwijzing ontvangen op haar aanvraag om uitstel van vertrek op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hiertegen maakte zij bezwaar en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet uitgezet zou worden tijdens de bezwaarprocedure.

De staatssecretaris heeft zich schriftelijk niet verzet tegen het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek toegewezen op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en bepaald dat verzoekster niet mag worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist.

Daarnaast is verzoekster vrijgesteld van het griffierecht vanwege betalingsonmacht en krijgt zij een proceskostenvergoeding van € 837,- toegekend, te betalen door de staatssecretaris. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Verzoekster mag niet worden uitgezet totdat op het bezwaar is beslist en krijgt proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.12968

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

Bij besluit van 7 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris verzoeksters aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, afgewezen.
Op 7 juli 2022 heeft verzoekster hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij verzoekschrift van 7 juli 2022 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
Bij brief van 30 november 2022 heeft de staatssecretaris de rechtbank bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.
Bij brief van 27 februari 2023 heeft verzoekster de voorzieningenrechter van de rechtbank gevraagd om de gevraagde voorlopige voorziening buiten zitting toe te wijzen, omdat DT&V bezig is met haar uitzetting. Daarbij heeft verzoekster erop gewezen dat de staatssecretaris zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Verzoekster heeft verzocht haar vrij te stellen van de verplichting om griffierecht te betalen vanwege betalingsonmacht. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om vrijstelling van het griffierecht toe.
2. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om te bepalen dat zij niet mag worden uitgezet gedurende de bezwaarprocedure.
3. De staatssecretaris heeft de rechtbank op 30 november 2022 schriftelijk bericht dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening.
4. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding het verzoek met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht toe te wijzen, voor zover dat ziet op het verzoek te bepalen dat verzoekster gedurende de bezwaarprocedure niet wordt uitgezet.
5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat verzoekster niet wordt uitgezet totdat op het bezwaar is beslist.
6. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. De staatssecretaris moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). Die punt heeft een waarde van € 837,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 837,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- gebiedt de staatssecretaris om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoekster en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, totdat op het bezwaar is beslist;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van € 837,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Y.B. Jansen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.