ECLI:NL:RBDHA:2023:2329
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring van beroep tegen invordering dwangsommen wegens geluidsovertredingen café in Den Haag
De exploitant van een café in Den Haag werd geconfronteerd met drie primaire besluiten waarin dwangsommen werden ingevorderd wegens overschrijding van de geldende geluidsnormen. Deze dwangsommen waren opgelegd vanwege constateringen van geluidsovertredingen op verschillende data in 2018 en 2019. De exploitant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verklaarde deze bezwaren ongegrond dan wel niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelde dat de exploitant als rechtsopvolger van de vorige uitbater kon worden aangemerkt, omdat de onderneming ongewijzigd werd voortgezet. De dwangsombesluiten waren bekendgemaakt en ingeschreven in het gemeentelijke beperkingenregister, zodat de exploitant hiermee bekend had kunnen zijn. Hoewel de exploitant niet voorafgaand aan de invordering is gehoord, werd dit verzuim in de bezwaarfase hersteld. De overschrijdingen waren eenvoudig te voorkomen door het geluidsniveau te verlagen.
Verder oordeelde de rechtbank dat de geluidsmetingen rechtsgeldig waren uitgevoerd door een ervaren toezichthouder, ondanks dat deze niet formeel een MBO-opleiding had afgerond. Ook werd geoordeeld dat de exploitant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de dwangsommen niet kon betalen of dat er bijzondere omstandigheden waren om van invordering af te zien. Ten slotte werd het bezwaar tegen het niet-ontvankelijk verklaren van een bezwaar gegrond op het ontbreken van gronden verworpen, omdat de exploitant niet binnen de gestelde termijn had gereageerd.
Uitkomst: Het beroep tegen de invordering van dwangsommen wegens geluidsovertredingen is ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het derde besluit niet-ontvankelijk.