Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
zaaknummer: SGR 21/7448
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een verzoek tot handhaving van de plaatsing van een bouwlift gedeeltelijk af te wijzen. Het geschil betreft de vraag of de bouwlift zich op een openbare weg bevindt, zodat handhaving mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat de locatie waar de bouwlift hangt niet kwalificeert als een openbare weg in de zin van de Wegenwet, mede vanwege de aanwezigheid van borden met 'particulier terrein' en 'verboden toegang'. Hierdoor was het college niet bevoegd tot handhaving op grond van artikel 2:10 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
Verder is geoordeeld dat het college terecht heeft afgezien van het horen van eiser in bezwaar, omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond dat het bezwaar zou leiden tot een ander besluit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van handhaving van de bouwlift wordt ongegrond verklaard.