Verzoeker heeft bij besluit van 10 juni 2022 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel 'familie en gezin'. Hiertegen maakte hij bezwaar en verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij brief van 27 januari 2023 aan de rechtbank laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter zag verder geen beletselen om het verzoek toe te wijzen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en de Staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 837,- aan verzoeker. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er staat geen rechtsmiddel tegen open.