ECLI:NL:RBDHA:2023:2366

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2023
Publicatiedatum
1 maart 2023
Zaaknummer
NL22.13186
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • C.I.H. Kerstens - Fockens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning familie en gezin

Verzoeker heeft bij besluit van 10 juni 2022 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel 'familie en gezin'. Hiertegen maakte hij bezwaar en verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij brief van 27 januari 2023 aan de rechtbank laten weten zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter zag verder geen beletselen om het verzoek toe te wijzen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en de Staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 837,- aan verzoeker. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt toegewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.13186

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker, V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. E. Ceylan),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 10 juni 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘familie en gezin’ afgewezen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden dit besluit. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen
Bij brief van 27 januari 2023 heeft verweerder de rechtbank bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal worden beslist als hierna aangegeven.
3. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, wordt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten veroordeeld. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 837,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde van € 837,- en een wegingsfactor 1). Als aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan verzoekers gemachtigde.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 837,- te betalen door verweerder aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens - Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. N.Y. Majoor, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.