ECLI:NL:RBDHA:2023:2399
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker is op 21 april 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Pas op 2 juni 2022 nam verweerder alsnog een beslissing. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank constateerde dat verweerder niet heeft gereageerd op het verzoek tot proceskostenvergoeding, wat impliceert dat hij geen bezwaar heeft tegen vergoeding. Gelet op het feit dat de beslissing pas na het instellen van het beroep is genomen, is vergoeding van proceskosten op zijn plaats.
Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn, werd een lager bedrag toegekend met een wegingsfactor van 0,5. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van €418,50 aan verzoeker.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier J.M.T. Zoon op 11 januari 2023, zonder dat partijen werden uitgenodigd voor een zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.