Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker 8], verzoekers
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Verzoekers zijn op 5 september 2022 in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op hun vreemdelingenaanvraag. Nadat het beroep was ingesteld, nam verweerder alsnog op 14 november 2022 een inwilligend besluit. Verzoekers trokken daarop het beroep in en verzochten de rechtbank om verweerder te veroordelen tot betaling van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers recht hebben op vergoeding van proceskosten omdat de beslistermijn was overschreden. Gezien de beperkte aard van het geschil, namelijk alleen het niet tijdig beslissen, werd een lagere vergoeding toegekend met een wegingsfactor van 0,5. Verzoekers werden vrijgesteld van griffierecht, dat door verweerder moet worden betaald vanwege het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van een bedrag van €418,50 aan proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M.C. Verra op 17 januari 2023 en is openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.