ECLI:NL:RBDHA:2023:2444
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens niet tijdig besluit op vreemdelingenaanvraag
Verzoeker is op 1 juni 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag door verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, nam verweerder op 27 juli 2022 alsnog een inwilligend besluit. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om verweerder te veroordelen tot betaling van zijn proceskosten.
De rechtbank stelde vast dat verweerder niet op het verzoek tot vergoeding van proceskosten heeft gereageerd, wat werd opgevat als geen bezwaar tegen vergoeding. De rechtbank oordeelde dat verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten omdat verweerder pas na het instellen van het beroep een besluit nam.
De proceskosten werden vastgesteld op € 418,50, gebaseerd op een vast bedrag voor het inschakelen van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het geschil. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van € 418,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens het niet tijdig nemen van een besluit.