Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling
[betrokkene01] ,
Procesverloop
- de arts, [naam02] .
Rechtbank Den Haag
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt, die sinds 10 februari 2023 in een zorgaccommodatie verblijft. Cliënt vertoont geen actief verzet meer tegen het verblijf. De rechtbank hield op 16 februari 2023 een mondelinge behandeling waarin cliënt, bijgestaan door advocaat, en de behandelend arts werden gehoord.
De advocaat betoogde dat de psychiater cliënt niet persoonlijk had onderzocht, maar via videobellen. Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad moet een psychiater, behoudens noodsituaties, de betrokkene persoonlijk onderzoeken voor het afgeven van een medische verklaring. Deze lijn geldt ook onder de Wet zorg en dwang (Wzd). Hier was geen sprake van een noodsituatie en de verklaring vermeldde dit ook niet.
De rechtbank oordeelde dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor voortzetting van de inbewaringstelling. De cliënt is inmiddels gesetteld en toont geen verzet, waardoor een procedure op grond van artikel 21 Wzd Pro passender is. De medische verklaring voldoet niet aan de wettelijke eisen omdat het persoonlijk onderzoek ontbrak en dit niet werd verantwoord. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot machtiging voortzetting inbewaringstelling wordt afgewezen wegens ontbreken van persoonlijk onderzoek en geen actief verzet cliënt.