ECLI:NL:RBDHA:2023:2504
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag bij besluit van 21 december 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegelijkertijd is in een gerelateerde zaak (nummer NL22.26208) het beroep ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen.