Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[Naam 1], eiser 1, V-nummer: [Nummer 1]
[Naam 3]
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen vijf afzonderlijke besluiten van 23 juni 2022 waarin hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure zijn afgewezen. Tijdens de zitting op 16 februari 2023 verschenen eisers en hun gemachtigde niet, ondanks uitnodiging.
De rechtbank beoordeelt ambtshalve de ontvankelijkheid van de beroepen. Op basis van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt dat als een vreemdeling die asiel heeft aangevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder contact te onderhouden, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op bescherming.
De gemachtigde van eisers heeft gemeld dat er al vijf maanden geen contact mogelijk is met eisers. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft bevestigd dat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken en niet zijn verschenen bij vertrekgesprekken. Daarom oordeelt de rechtbank dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn wegens gebrek aan procesbelang. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang omdat eisers met onbekende bestemming zijn vertrokken.