ECLI:NL:RBDHA:2023:2509

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 januari 2023
Publicatiedatum
3 maart 2023
Zaaknummer
NL22.16082
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in verblijfsvergunningzaak

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier met als doel 'familie en gezin'. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Verweerder gaf aan zich niet te verzetten tegen de toewijzing van het verzoek, waardoor rechtmatig verblijf ontstaat.

Gezien de instemming van partijen en het belang van verzoeker, wees de voorzieningenrechter het verzoek toe, verbood de uitzetting tot vier weken na de beslissing op bezwaar en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.16082
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.J.J. Flantua),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: P. Ozturk).

Procesverloop

Bij besluit van 21 juli 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning regulier met als doel ‘familie en gezin’ afgewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen.

Overwegingen

1. Op grond vanartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan - onder meer - indien voorafgaand aaneenmogelijk beroep bij de rechtbank, tegen eenbesluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek eenvoorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Verweerder heeft in eenbrief van 18 januari 2023 laten wetendat hij zich niet verzet tegentoewijzing vanhet verzoek tot het treffen vaneen voorlopige voorziening waardoor rechtmatig verblijf ontstaat.
3. Nu partijen het er over eens zijn dat vanuitzetting van verzoeker behoort te worden afgezien, wijst de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting tot vier wekennadat op het bezwaar is beslist.
5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht vergoedt.
6. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift). Die punten hebben een waarde van € 837,- bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 837,00.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist;
  • draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 184,- aan verzoeker te vergoeden;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 837,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
23 januari 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.